Met dat de dagen weer langer worden, komt ook de academie in een stroomversnelling. In alle lokalen wordt gewerkt, gezocht en gedeeld. Ieder leerjaar vanuit een eigen focus, maar met eenzelfde noodzaak: er wordt nieuw materiaal gemaakt.
De eerstejaars studenten zetten in deze tijd hun eerste stappen richting publiek. Waar ze zich eerder vooral richtten op het ontwikkelen van spel en het verkennen van verschillende technieken en samenwerking, brengen zij hun werk nu voor het eerst op de academie naar buiten. In duo’s en collectieven gaan ze met een eigen onderzoeksvraag aan de slag, om dit vervolgens naar het podium te vertalen.
De tweedejaars schrijven in deze periode een eigen kunstmanifest. Hierin onderzoeken ze wat kunst volgens hen zou moeten zijn. De antwoorden zijn divers en soms tegenstrijdig, maar altijd persoonlijk en urgent. Na het schrijven van het manifest zijn de studenten vrij om alles te maken wat ze willen: van een voorstelling, tot een documentaire, een modeshow, of wat er dan ook passend is bij hun manifest.
Voor de derdejaars breekt een beslissende fase aan. Ze werken nu aan hun aanvraag tot afstuderen. Een moment waarop hun ontwikkelingen op verschillende vlakken samenkomt in een korte voorstelling. Voor het eerst kijken er ook externe ogen mee in de jury. Het is een intens proces van aanscherpen, kiezen en onderbouwen.
De vierdejaars zijn nu fulltime bezig met de voorbereidingen op hun afstuderen. Samen met externe regisseurs werken zij toe naar voorstellingen waarin al hun ontwikkelingen van de afgelopen jaren op de academie samen mogen komen. Er wordt vol energie gerepeteerd, waardoor het werk steeds vastere vormen krijgt.
Zo blijft de academie in zijn geheel in beweging: van eerst ontmoetingen tot het afronden van een opleiding. Ook al neemt het in ieder jaar eigen vormen aan, onze studenten delen de drang om werk te maken dat ertoe doet.